Regendruppels vangen

Vang regendruppels

Vang de vorm van een regendruppel in bakmeel, zodat je die eens rustig kunt bekijken en opmeten. Je hebt nodig: een bord of de deksel van een schoenendoos, bloem, een liniaal, een zeef en een kom.
  1. Wacht tot het regent of gaat regenen.
  2. Vul de deksel met bloem en strijk het oppervlak met een liniaal glad.
  3. Houd de deksel met bloem even in de regen totdat er een stuk of twintig druppels op zijn gevallen en neem deze dan weer mee naar binnen. Je ziet de druppels mooi afzonderlijk in de bloem liggen.
  4. Plaats de zeef boven de kom en giet de bloem in de zeef. De klontjes die in de zeef blijven hangen, zijn de regendruppels die je gevangen had. Nu kun je hun diameter opmeten.

(0)

Maak een thermometer

Maak je eigen thermometer

Met wat simpele middelen kun je een model maken van een thermometer.

Benodigdheden:

  • een plastic flesje (ca. 30 ml)
  • gedenatureerde alcohol 70%
  • kleurstof (je kunt voedingskleurstof gebruiken, te verkrijgen bij een oosterse winkel
  • rietje
  • speelgoedklei
  • water

1. Vul de fles voor ongeveer 1/8 deel met water en 1/8 deel met de alcohol.
2. Voeg een paar druppels kleurstof toe en meng het geheel.
3. Plaats een rietje in de vloeistof. Zorg ervoor dat hij de bodem niet raakt.
4. Maak de hals van de fles dicht met de klei en zet het rietje hierin vast. Zorg ervoor dat er geen lucht meer in en uit de fles kan.

De thermometer is nu klaar voor gebruik. Plaats je beide handen om de fles. Let op dat je de fles niet indrukt, want dan druk je de vloeistof uit het rietje. Let op wat er na een tijdje gebeurt. Zet vervolgens de fles in een koude omgeving, bijvoorbeeld de koelkast. Wat gebeurt er?

Verklaring

Als de temperatuur in het flesje stijgt, gaan de lucht en de vloeistof uitzetten. De vloeistof kan nergens anders heen dan door het rietje, en daardoor gaat de vloeistofspiegel hierin omhoog. Koelt het flesje af, dan krimpen de lucht en het vloeistof. Daardoor wordt er lucht van buitenaf in het rietje gezogen en zakt de vloeistofspiegel weer.

(0)

Bacteriën vangen

Bacteriën zijn overal om ons heen, maar ze zijn zo klein dat we ze met het blote oog niet kunnen zien. Met een voedingsbodem kun je onderzoeken waar de allervieste plekken in huis zijn. 

Benodigdheden:

  • glucose (druivensuiker in de supermarkt)
  • agar (supermarkt of toko)
  • marmite (supermarkt of natuurvoedingswinkels)
  • kleine afsluitbare schaaltjes
  • spiritus
  • keukenweegschaal
  • pannetjes of labglaswerk
  • wattenstaafjes voor oren (eventueel)

    Recept: voedingsbodem maken 
    – Ontsmet de afsluitbare schaaltjes door ze gedurende enkele uren in de spiritus te leggen. Haal daarna de schaaltjes uit de spiritus en sluit deze en laat ze gesloten goed drogen.
    – Ondertussen kun je de voedingsbodem gaan maken volgens het recept. Gebruik de volgende hoeveelheid voor 1 liter voedingsbodem: 5 gram glucose, leidingwater (1 liter), 12 gram agar en 2,5 gram marmite.
    – Verwarm het water in een pan en los de ingrediënten een voor een op onder goed roeren. Als alles is opgelost, breng dan de oplossing aan de kook. Gedurende een halfuur de vloeistof in gesloten pan laten koken. Daarna gesloten af laten koelen totdat de pan handwarm is.
    – Werk in de buurt van een vlam (bijvoorbeeld van een gasfornuis). Dit om de schaaltjes zonder besmetting van bacteriën uit de lucht te kunnen gieten. Daarna zo snel mogelijk de voedingsbodem in de schaaltjes tot de rand volschenken. Sluit de schaaltjes onmiddellijk. Laat de voedingsbodems verder afkoelen totdat de voedingsbodem vast is geworden.

    Procedure: stempelen
    – Methode 1: Pak een wattenstaafje waarmee je je oren schoonmaakt en duw deze op de te onderzoeken plek. Streep met het wattenstaafje over de telplaat.
    – Methode 2: Stempel de oppervlakten die je wilt onderzoeken met de voedingsbodems. Houd de schaaltjes zo vast dat de voedingsbodem naar beneden wijst. Pak de bodem van het schaaltje vast en stempel zo snel mogelijk het oppervlak. Merk de schaaltjes, zodat je weet op welke plaats je gestempeld hebt.
    – Plaats daarna de schaaltjes op een warme plek (rond de 25 tot 30 °C) en vervolgens één a twee dag wachten. Zodra je de eerste stipjes ziet verschijnen, kun je gaan tellen. Hoe meer stipjes, hoe meer bacteriën op de gestempelde plaats zitten. Op deze manier vind je de ‘vuilste’ plekjes in huis.

    Experiment: ranzige plekken
    Met de telplaatjes kun je de vieste plek in huis opsporen. Een kleine opsomming van voorwerpen in huis waar je ongetwijfeld mee kunt scoren:
    – vaatdoek
    – aanrechtblad
    – toetsen van je mobieltje
    – rauw voedsel (vlees, groenten)
    – de vloer
    Maar daar blijft het niet bij. Met telplaatjes kun je ook onderzoeken hoe goed schoonmaakmiddelen hun werk doen. Schrob de helft van een aanrechtblad met afwasmiddel. De andere helft blijft ‘vies’. Maak van beide helften van het aanrechtblad op een aantal plaatsen afdrukken met de telplaatjes. Bekijk na een paar dagen het resultaat. En? Helpt schoonmaken?

    Experiment: bacteriekillers
    Ook met het volgende experiment test je de effectiviteit van verschillende ontsmettingsmiddelen. Neem een paar glasplaten (de afmetingen zijn niet zo belangrijk) en ontsmet het glas grondig met spiritus. Meng daarna ongeveer vijftig gram verse gehakt met een staafmixer in ongeveer vierhonderd ml water. Smeer de gehaktsmurrie met een paar tissues op de glasplaten. Laat de glasplaten een halfuurtje drogen en maak daarna elk glasplaatje met een ander ontsmettingsmiddel of schoonmaakmiddel schoon. Eén plaat maak je niet schoon, dit is je controle. Bemonster met een aantal telplaatsjes de glasplaten. Tel na een aantal dagen het aantal kolonies op de telplaatjes. Welk schoonmaakmiddel is de echte killer?

(0)

Mestgeur maken

Als de boeren mest over het land uitrijden – tegenwoordig injecteren ze – verspreidt zich de typische geur van het platteland in de wijde omgeving. Met dit experiment kun je met soda en een fles kunstmest de plattelandsgeur in huis halen. 

Benodigdheden:

  • Kamerplantenmest
  • Soda of gootsteenontstopper
  • Theelepel
  • Wasknijper
  • (Salmiak)snoep  

Met een flinke scheut (kunst)mest gaan de meeste planten een stuk harder groeien. Dit komt door de mineralen die in de voedingsrijke mest zitten. PoKoN is een bekende kunstmest voor kamerplanten. In de naam van dit product zitten de voorletters van de belangrijkste meststoffen verscholen. De P staat voor fosfor, K voor kalium en N voor stikstof. Voor een evenwichtige groei heeft een plant al deze meststoffen nodig.

Nu zweven deze atomen niet los rond in de mest, maar ze komen voor als zout. Zo komt het fosfor onder andere voor als kalium- en ammoniumfosfaat, het kalium als kaliumnitraat en stikstof vind je als ammoniumnitraat (NH4NO3) en als ureum in de pot en fles.

Op het etiket staan echter niet de zouten vermeld, maar de grondstoffen waaruit deze worden gemaakt; dat maakt het gemakkelijker om de percentages aan te geven. Zo staat op de fles  kaliumoxide (K2O) en fosforzuuranhydride (P2O5). In oplossing reageren deze zouten met elkaar en vormen ze een oplossing van kaliumfosfaat (K3PO4).

Energie

Alle meststoffen spelen een eigen rol voor een gezond en groeizaam plantenleven. Planten gebruiken fosfor vooral voor de energiedragers ATP en ADP (de ‘batterijen’ van de cel). Ook vind je het element fosfor terug in het erfelijk materiaal van de plant. Dat zijn onderdelen van de chromosomen en stoffen die voor de eiwitsynthese nodig zijn.

Stikstof vind je terug in aminozuren en in eiwitten. In erwten en bonen en andere peulvruchten vind je veel eiwitten. Als je eiwitten eet, maakt je lichaam spieren uit de aminozuren. Kaliumzouten zijn nodig voor de stofwisseling en voor verplaatsing van voedingsstoffen door de vezels van de plant. Ook regelt kalium de waterhuishouding in de plant. Bij genoeg kalium worden planten minder gevoelig voor droogte. Verder activeert kalium enzymen die de vorming van suikers en zetmeel (koolhydraten) regelen.

Explore

Met een eenvoudige proef kun je ammoniakgas uit plantenmest tevoorschijn halen. In het keukenkastje kun je de basen soda en gootsteenontstopper vinden. Pas op! Gootsteenontstopper is bijtend en je kunt er blaren van op je handen krijgen. Advies: doe huishoudhandschoenen aan. 

1. Zet de wasknijper op je neus

2. Doe in een kopje een theelepel plantenmest (PoKoN) en een theelepel soda of gootsteenontstopper. Doe er vervolgens een scheutje water bij. Je kunt ook een theelepel soda of gootsteenontstopper bij een scheutje vloeibare plantenmest doen.

3. Voorzichtig roeren of schudden.

4. Haal de wasknijper van je neus en ruik voo­rzichtig. Goed ventileren en niet stevig inhaleren. Spoel de stoffen met veel water in de gootsteen weg.

 Beter bekeken

Het gaat goed stinken als je deze proef uitvoert. Dat komt doordat er ammoniakgas vrijkomt. In principe kun je met elke basische stof het ammoniakgas vrijmaken uit de plantenmest. Bij de reactie tussen het ammoniumzout (NH4+) en de base, onttrekt de base een H+ aan het zout, waardoor er ammoniakgas (NH3) overblijft. In de volgende reactievergelijking staat beschreven hoe de ammoniak vrijkomt:

  • pokon met soda

2NH4NO3 (aq) + Na2CO3 (s) à 2NH3 (g) + 2NaNO3 (aq) + CO2 (g) + H2O (l) ammoniumnitraat + natriumcarbonaat à ammoniak + natriumnitraat + koolstofdioxide + water

  • pokon met gootsteenontstopper

NH4NO3 (aq) + NaOH (s) à NH3 (g) + H2O (l) + NaNO3 (aq)

ammoniumnitraat + natriumhydroxide à ammoniak + water + natriumnitraat

Hetzelfde experiment kun je ook uitvoeren met salmiaksnoep (NH4Cl). Bij reactie met een base komt er ook ammoniakgas vrij:

  • salmiak(snoep) met soda

NH4Cl (aq) + Na2CO3 (s) à NH3 (g) + NaCl (aq) + CO2 (g) + H2O (l) ammoniumchloride + natriumcarbonaat à ammoniak + natriumchloride + koolstofdioxide + water

(0)