Bierproeven: proost!

Zonder schuimlaag smaakt een biertje stukken minder lekker. Toch verdwijnt het schuim vrijwel direct na het tappen. Explore onderzocht welk merk je het langst kunt laten staan.

Benodigdheden: 

  • bier
  • meetlat
  • smal glas, of maatcilinder (100 of 250 ml)
  • een stopwatch
  • thermometer

 


Experiment 1

Met de volgende proef kun je snel (en gemakkelijk) de halfwaardetijd van bierschuim bepalen. Je kunt dit experiment uitvoeren bij verschillende temperaturen of bij verschillende biermerken. Zo kun je onderzoeken welk biertje volgens jou het beste is.
1. Schenk een glas vol bier met zo veel mogelijk schuim. (tip: hoog inschenken met een dunne straal)
2. Wacht tien seconden tot de grootste bellen zijn geknapt.
3. Meet de lengte van de schuimkraag.
4. Noteer hoe lang het duurt voor de schuimkraag tot de helft is ingezakt.
5. Noteer de tijd die het duurt voordat de schuimkraag tot een kwart is ingezakt.
6. Noteer de tijd die het duurt voordat de schuimkraag tot een achtste is ingezakt.

Tel de inzaktijden bij elkaar op en deel ze door drie. Dat is de halfwaardetijd. Hoe vaker je de proef doet, hoe betrouwbaarder je gemiddelde is.


Experiment 2
Je kunt de halfwaardetijd van het bierschuim ook op de onderstaande wijze bepalen. Deze manier is nauwkeuriger en maakt gebruik van een fraai staaltje wiskunde (zie kader).

 


Meten:
1. Schenk bier met een dun straaltje in een maatcilinder van 100 ml of een smal glas, zodat je veel schuim en weinig bier krijgt.
2. Wacht tot de grootste bellen zijn geknapt en druk dan de stopwatch in.
3. Meet met een meetlat elke 20 seconden de hoogte van de schuimkraag.
4. Neem de meerwaarden gedurende 5 minuten (300 seconden) op.

Rekenen:
5. Vul de tabel in. Je krijgt de genormeerde lengte x door de laatste meetwaarde (b) van alle vorige meetwaarden (a) af te trekken.
6. Bereken de waarde van ln x met je rekenmachine.

Plotten:
7. Zet in een grafiek de tijd langs de x-as en ln x langs de y-as.
8. Bekijk de punten kritisch. Je moet zelf bepalen door welke punten je de beste rechte lijn kunt trekken. Denk eraan dat de eerste en de laatste meetpunten niet de beste zijn.
9. Bepaal de richtingscoëfficiënt (K).
10. Vul de waarde van K in in de formule: t ½ = -0,693/K. Dat is de halfwaardetijd (t ½).

Je kunt het experiment herhalen met hetzelfde merk bier, liefst uit hetzelfde flesje, en op dezelfde temperatuur. Dat geeft nauwkeurigere resultaten. Je kunt ook verschillende biermerken vergelijken (bij dezelfde temperatuur), of hetzelfde biermerk bij verschillende temperaturen.
Op deze manier kun je ontdekken welk biermerk het beste schuim geeft. Om alvast een tipje van de sluier op te lichten: onze gevonden halfwaardetijden variëren van 87 tot 198 seconden, waarbij een van de bekendste biermerken het slechtste scoorde.

 

Tekst: Gerard Stout